
Eigenschappen en functies van bouwfolies:
Bouwfolies beschermen de constructie en de isolatie tegen zaken als wind, tocht, regen, waterdamp en vuil. Er zijn verschillende soorten:
- een dampremmende folie wordt toegepast aan de warme kant van de constructie. Deze folie heeft een kleine dampweerstand en laat alleen beperkt en gedoseeerd waterdamp door. De constructie blijft met een dergelijke folie ademen. Een damprem is een bouwfolie waarvan de relatieve dampweerstand (µ.d.) > 1,3 meter. Een tweede functie van deze folie is de tochtdichting. Een goede dampremmende folie die goed geplaatst is voorkomt dat warme vochtige lucht van binnenuit de constructie in lekt via naden en kieren.
- een dampscherm laat geen waterdamp door. Het is een bouwfolie waarvan de relatieve dampweerstand (µ.d.) > 130 meter; de folie is dampdicht.
- een winddichte folie zit aan de buitenzijde (koude zijde) van de constructie. Deze laag beschermt tegen het binnendringen van koude lucht en (regen-)water in de constructie. Dergelijke folies zijn altijd damp open.
Toepassingen:
Winddichting:
Koude buitenlucht die een geïsoleerde constructie kan binnen dringen kan de werking van het isolatiemateriaal geheel of gedeeltelijk teniet doen. Winddicht bouwpapier aan de buitenzijde van een (geïsoleerde) constructie voorkomt het binnendringen van koude buitenlucht.
Dampremming:
Een dampremming wordt aangebracht aan de warme zijde van de constructie om te voorkomen dat er door dampdiffusie teveel vocht van binnen de constructie indringt. Tengevolge van te veel vocht kan extra warmteverlies ontstaan doordat een vochtig isolatiemateriaal minder goed warmte isoleert. Tevens kan bouwschade optreden in de vorm van schimmel of rot. Door toepassing van een dampremmend papier wordt bewerkstelligd dat de waterdampconcentratie in de constructie (en dus in het isolatiemateriaal) onder de maximaal toelaatbare dampspanning blijft en dat er dus geen condensatie optreedt.
Luchtdichting:
Luchtdichting aan de warme zijde van de wand- of dakconstructie vergroot de isolerende werking van het isolatiemateriaal en voorkomt ongewenste luchtstromingen de constructie in (convectie). Van alle bouwschade ten gevolge van vocht, wordt 90% veroorzaakt door convectie.
Door convectie kan een veel grotere hoeveelheid vocht in de constructie dringen dan door dampdiffusie mogelijk is. Die waterdamp condenseert dan in het isolatiemateriaal. Het is dus van belang de winddichting zorgvuldig uit te voeren, zeker de aansluiting met andere bouwdelen.
Dampscherm:
Een dampscherm is een folie met een hoge dampdiffusieweerstand. Toepassing van een dampscherm voorkomt dat het vocht van het ene (natte)bouwdeel in het andere (droge) deel trekt. Bouwdelen kunnen tijdelijk vochtig zijn, zoals een net gestorte cementdekvloer, of permanent, zoals een stenen vloer op vaste grond.
Bouwfolie soorten:
FH (Isocell)


Twee lagen met zuivere PE gelijmd papier en verstevigd met glasvezel. Te gebruiken als luchtdichtende en licht dampremmende laag in dak- en wandconstructies. Zorgt ervoor dat de waterdamp van binnenshuis gedoseerd en gecontroleerd naar buiten toe uitdampt. Perfect in combinatie met dampopen afdekkingslagen zoals PAVATEX watervaste en winddichte houtvezelplaten.
Geïmpregneerd ten behoeve van brandwerendheid.

Bevestiging met Pavafix of Airstop tape.
DB – 28

PES – vlies met sterkere dampremmende werking dan de DB 3,5. Laat waterdamp beperkt door en is dus niet dampdicht. Wel luchtdichtend. Bevestiging met Pavafix
DB - 002
Vochtkerend paraffinepapier; beschermt hout of isolatie tegen vocht uit nog niet volledig droge betonnen onder- of dekvloer. Niet te gebruiken als bescherming tegen permanente inwerking van vocht.
Omega (Isocell)

DSB - 2

Luchtdichte en dampopen folie (PES – vlies). Voor op dakbeschot aan warme zijde van Pavatherm isolatie. Mag na plaatsing maximaal vier weken onbedekt blijven.
